Direct naar content
Nieuws
14 januari 2026

Welke categorieën gevaarlijke stoffen zijn er?

Geurt

Gevaarlijke stoffen komen in veel sectoren voor en brengen risico’s met zich mee voor mens en milieu. Binnen de VCA wordt er daarom aandacht besteed aan het herkennen van deze stoffen en het nemen van de juiste maatregelen. Gevaarlijke stoffen worden ingedeeld in gevarenklassen met rood-witte pictogrammen op etiketten. In dit artikel behandelen we zeven categorieën met hun risico’s.

1. Oxiderende (brand bevorderende) stoffen

Oxiderende stoffen zijn brand bevorderend. Dit betekent dat ze zelf vaak niet brandbaar zijn, maar wel zuurstof afgeven of reacties veroorzaken waardoor andere materialen makkelijker branden. Voorbeelden zijn zuurstof in gasflessen, waterstofperoxide, chloorverbindingen en nitraathoudende meststoffen. Het risico is dat oxiderende stoffen bij contact met brandbare materialen zeer heftig kunnen reageren.

2. Explosieve stoffen

Een stof is explosief als deze zelfs zonder zuurstof van buitenaf kan ontploffen. Vaak is een kleine energiebron of wrijving al voldoende. Voorbeelden van explosieve stoffen zijn springstoffen zoals dynamiet en vuurwerk, maar ook bepaalde chemische mengsels hebben explosieve eigenschappen. Het risico is duidelijk: een explosie kan in één klap enorme schade en letsel veroorzaken door de drukgolf en rondvliegend materiaal.

3. (Licht) ontvlambare stoffen

(Licht) ontvlambare stoffen zijn stoffen die heel makkelijk kunnen ontbranden wanneer er een ontstekingsbron, zoals een vonk, in de buurt is. Het gaat om vaste stoffen, vloeistoffen en gassen die brand kunnen veroorzaken. Voorbeelden zijn benzine, lak- en verfdampen en gassen zoals propaan en butaan. Het voornaamste risico is brand of explosie.

4. Milieugevaarlijke stoffen

Milieugevaarlijke stoffen kunnen schade toebrengen aan organismen en ecosystemen zodra ze in het milieu terechtkomen. Denk bijvoorbeeld aan bestrijdingsmiddelen, olie of zware metalen. De risico’s variëren van acute vissterfte tot langdurige vervuiling van bodem en water.

5. Sensibiliserende stoffen

Sensibiliserende stoffen kunnen allergische reacties veroorzaken. Daarbij maken we onderscheid tussen huidallergenen en luchtwegallergenen. Voorbeelden zijn epoxyharsen, conserveermiddelen, kleurstoffen en houtstof. Het risico zit in het feit dat een allergie vaak pas na herhaald contact ontstaat, maar daarna blijvend kan zijn.

6. Schadelijke en irriterende stoffen

Schadelijke en irriterende stoffen vormen een mildere gevarenklasse. Ze kunnen ongezond zijn, maar de effecten zijn meestal minder ernstig. Voorbeelden zijn schoonmaakmiddelen en oplosmiddelen in verf en lijm. Het risico is een directe irritatie van ogen, huid of luchtwegen.

7. Stoffen met gezondheidsgevaar op lange termijn

Kankerverwekkende stoffen kunnen op lange termijn ernstige gezondheidsschade veroorzaken, zoals kanker of problemen met de voortplanting. Voorbeelden hiervan zijn asbest en chroom-6. Het risico is dat de schadelijke effecten vaak pas na jaren zichtbaar worden, zelfs bij lage blootstelling.

Veilig werken met gevaarlijke stoffen: VCA en RI&E

Veilig werken met gevaarlijke stoffen vergt kennis, voorzichtigheid en naleving van procedures. VCA-gecertificeerde werknemers worden getraind in het herkennen van gevaren en het nemen van voorzorgsmaatregelen. Daarnaast is een goede Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) onmisbaar. Hierin staan alle gevaarlijke stoffen met de risico’s en maatregelen vermeld.

01 22